HDH Prinses Kirsten de 1e, Jeugdprinses der Olijkers

Wij, Kirsten de 1e, bij de gratie van haar Jeugdraad en alle Olijkers kinderen, Jeugdprinses der Olijkers, Jonkvrouwe van de Bron, Barones van Tanthof, Beschermvrouwe van al haar vrienden en vriendinnen, enzovoort, enzovoort, zeggen u Alaaf.
Onder dankzegging voor het in ons gestelde vertrouwen, verklaren wij het volgende:
- Eindelijk is het dan toch zover gekomen ,
ik ben de prinses zoals in mijn dromen.
- Carnaval vieren is heel erg fijn,
ik ben blij jullie jeugdprinses te zijn.
- Carnavalsmuziek horen we het liefst elke dag,
dit brengt bij iedereen een grote glimlach.
- Op veel lol en plezier wil ik hopen,
dus willen wij graag met iedereen de polonaise lopen.
- Dit carnavalsseizoen is er één van dansen en zingen,
dus vragen wij iedereen om mee te springen.
- Uw Prinses is in het openbaar nog geen echte “babbelaar”,
maar genieten van de aandacht wordt het zeker tijdens dit carnavalsjaar.
- Met een stralende lach sta ik hier in mijn droomjurk ten top,
dus laten wij beginnen en zet de zaal op zijn kop.
- Met de scepter die mij nu is gegeven,
gaan wij een fantastisch carnavalsjaar beleven.
- Wij zullen dit seizoen natuurlijk veel feest vieren,
geen probleem met onze jeugdcommissie dit zijn echte “feestdieren”.
- Dit jaar staan Pipo de Clown en Mammaloe vooraan,
zij zullen zeker met ons in de optocht meegaan.
- Het is een eer om hier als prinses te staan,
we zullen dansend en zingend door het Kabbelgat gaan.
Aldus gelezen en gedaan te Delft,
de elfde december tweeduizend en elf.
Hare Doorluchtige Hoogheid Prinses Kirsten de 1e,
Jeugdprinses der Olijkers.